elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: ballastschop

ballastschop , ballingskop , zelfstandig naamwoord de , Ballastschop.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
ballastschop , ballastschup , zelfstandig naamwoord , grote schop, gebruikt voor (onder andere) mest scheppen (KRS: Hout; LPW: Lop) Vergelijk in de Vechtstreek ballaster ‘grote schop met enigszins opstaande zij- en achterrand’ (Van Veen 1989, p. 34). Zie hoofdstuk 4, punt 5: gereedschap .
Bron: Scholtmeijer, H. (1993), Zuidutrechts Woordenboek – Dialecten en volksleven in Kromme-Rijnstreek en Lopikerwaard, Utrecht
ballastschop , ballastschup , balleschuppe , Ook balleschuppe (Die) = ballastschop, zook ballast II
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
ballastschop , ballastschoppe , ballastscheppe , zelfstandig naamwoord , de; ballastschop, grote houten schop voor o.m. kolen, graan
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal