elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: balleer

balleer , balleer , het , het leer, dat men onder klompen slaat, zodat ze langer meegaan Van aole schoenen en van een aolde pèerdezeel muuk ij balleer (Sle), ‘Balleer was vroeger één van de emolumenten, die een boer zijn knechten en meiden gaf’ (Bro)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal