elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: balslaan

balslaan , [soort balspel] , balslaon , zie: Sinte Peter den bal uitslaan.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
balslaan , balslaon , onbepaald werkwoord , (veroud.) = balspel, waarbij a. de bal met een plank wordt weggeslagen, een soort honkbal, slagbal of kastie b. waarbij de bal met een soort hockeystick in een kuiltje wordt geslagen Balslaon is met een balstok de bal in een koelegie slaogen en de aandern mouten dat ofweren (Vri), zie ook balhouwen, kloothouwen c. waarbij de spelers de bal naar elkaar toeslaan, een soort tennis, z. ook Sint-Pieter
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal