elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bankschroef

bankschroef , bankschroeve , bankschroef.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
bankschroef , bankschroeve , de , bankschroef Hij hef de baankschroeve esmeerd; het ding piepte as de bliksem (Pes), Hij hef handen as bankschroeven (Bov), (fig.) Wij zult hum de baankschroeven anzetten dwingen (Hijk)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
bankschroef , baankschroeve , zelfstandig naamwoord , de; bankschroef
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
bankschroef , baanksjroûf , zelfstandig naamwoord vrouwelijk , baanksjroûve , baanksjrûifke , bankschroef , baanksjroûf VB: Es dich dè 'n haand gief ês 't es of ste ién 'n baanksjroûf teréch köms
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal