elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: barouchet

barouchet , barrez├ęt , zelfstandig naamwoord de , Ouderwetse grote duwslee. Uit Frans barouchet.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
barouchet , barouchette , de , barouchettes , (Kop van Drenthe) = licht rijtuig op veren voor personenvervoer
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
barouchet , broes , zelfstandig naamwoord , broeze , broesie , [O, Fra, barouchette] groot ouderwets luxe rijtuig
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal