elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bediening

bediening , bedeining , vrouwelijk , bediening. Het was vroeger gebruikelijk, dat de huisvrouw of een van de dochters in de la van het nachtkastje alles, wat nodig was voor ’n bediening van de laatste Heilige Sacramenten klaar had liggen. Men diene te bedenken, dat het vroeger gebruikte zach
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
bediening , bediening , de , Voor var. z. dienen = bediening De bedeining op dei bruloft was nich best (Bov)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
bediening , bedienige , bediening , heilig avondmaal
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
bediening , bedienege , Avondmaal in de kerk. Bedienege, aomdmaol, nachmaol dit is allemaole ’t zelfde.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
bediening , [bediening] , bedening , (vrouwelijk) , bediening , Aan alles kumtj ein inj. Dao kumtj niks van in! Doe mós neet allein langs kómme, mer ouch aankómme. Es vader laat heives kumtj, hooftj d’r niks te zègke: werd gezegd van iemand die op stap was geweest en heel laat thuiskwam. Kómme wie gerope. Kómme ze, den kómme ze neet; kómme ze neet, den kómme ze: komen de mussen, dan komen de erwten niet uit, komen de mussen niet, dan komen de erwten wel uit. ’t Kumtj zich neet op einen daag: het komt niet op één dag aan. Örges neet op kómme: zich iets niet kunnen herinneren. Waat neet is, kan nog kómme.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal