elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bedonderd

bedonderd , bedonderd , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , 1. beroerd Hij zaag er bedonderd uut (Dwi) 2. beduusd, beteuterd Wat keek e bedonderd, doe a’k hum dat zee (Coe) 3. gek Bi’j bedonderd, dat doe ik niet (Dwij)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal