elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: beduvelen

beduvelen , beduvele , bedriegen.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
beduvelen , beduveln , zwak werkwoord, overgankelijk , beduvelen, bedriegen Die man was er altied over oet um je te beduveln (Bor), Die jong hef dat wicht beduveld (Odo), Mit dat peerd bin ik beduveld (Eri), Zij beduvelt en bedondert oe, daor aj bijstaot (Hav)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
beduvelen , beduvelen , bedriegen
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
beduvelen , beduvelle , bedonderen, oplichten , meej d’n dieje motte nie handele want die beduvel-d’oew = met hem moet je niet handelen want dan word je opgelicht- bende gij beduveld, da’d’oek nie = ben jij gek, dat doe ik niet-
Bron: Melis, A. van (2011) Bikse Praot. Prinsenbeeks Dialectwoordenboek. Prinsenbeek: Heemkundekring ‘Op de Beek’


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal