elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bedwingen

bedwingen , bedwénge , bedwóng, haet of is bedwónge , bedwingen.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
bedwingen , bedwingen , sterk werkwoord, overgankelijk , bedwingen Hij kun zuch nich bedwingen, hij mus lachen (Bov)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
bedwingen , bedwynge , werkwoord , bedwoûng, bedwoûnge , bedwingen , (afw. vormen o.t.t. hër bedwynk zich, dier bedwynk uch) VB: De môs dich liere bedwynge en neet vuur ekere sjiët giftig wërde.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal