elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: afgewennen

afgewennen , afgewénne , afwennen, afleren Ik mot dè roke gaûw afgewénne! Ik moet het roken vlug afwennen.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
afgewennen , aafgewënne , gewënde aaf, haet aafgewënt , afwennen.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal