elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: afschroeven

afschroeven , afschroeven , (ofskroevǝ) , (zwak werkwoord, transitief) , Afschuiven. Zie schroeven. || Je moete niet zelf je stoel van de tafel ofschroeven; ik zel je wel helpen.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
afschroeven , aafsjroeve , sjroefde aaf, haet of is aafgesjroef , afschroeven.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
afschroeven , òfskrôêven , afschroeven
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal