elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: afwimpelen

afwimpelen , aafwumpele , wumpelde aaf, haet of is aafgewumpelt , afwimpelen.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
afwimpelen , ofwimpeln , zwak werkwoord, overgankelijk , afwimpelen Die man moej ofwimpeln, aans stiet e der alle dagen (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
afwimpelen , aafwûmpele , werkwoord , afwimpelen
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal