elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: alweer

alweer , awwér , alweer.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
alweer , alweer , bijwoord , 1. Ook weer. | Wat wou ik alweer zegge? 2. Alreeds. | Z’n jongste zeun is ok alweer trouwd.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
alweer , alweier , alweer.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
alweer , awir , zelfstandig naamwoord , alweer; Henk van Rijen: zitte awir te èntele - zit je alweer te vervelen!
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal