elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: astrantigheid

astrantigheid , astrantighaid , bitsheid; da’s heur astrantighaid = zoo scherp en brutaal is zij. Overijselsch astrantigheid = vrijpostigheid; Noord-Brabant astrant, astraant = stout, brutaal; Zeeland astrantigeid = vrijpostigheid, moed. Zie: astrant.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
astrantigheid , astranticheit , vrouwelijk , astranticheite , vrijpostigheid.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal