elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: atelier

atelier , atteljee , mannelijk , atteljees , atteljeeke , atelier.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
atelier , atteljeej, den , zelfstandig naamwoord, eigennaam , "Centrale Werkplaats der N.S .Hij heej fifteg jaor op den atteljeej gewèèrkt .De oorspronkelijke uitspraak - attelier ?; Pierre van Beek - Tegenwoordig wordt er in Tilburg van de Centrale Werkplaats (van de Ned. Spoorwegen) gesproken. Vroeger hoorde men evenwel van niet anders dan ""den atelier"" praten, waarbij velen dan de laatste lettergreep op z'n Nederlands - dus als de ""ie"" van ""bier"" - uitspraken in de plaats van gesplitst zoals het Frans dat eist. Onze ""atelier"" van weleer leeft nog voort in een straatnaam. ""Atelier"" betekent letterlijk eigenlijk: plaats, waar men in het gareel; loopt... maar daarom zijn we in Tilburg toch niet aan onze ""atelier"" gekomen. Had in Tilburg dit woord een wel zeer specifieke - vooral tot de Centrale Werkplaats beperkte betekenis - een meer algemene betekenis was ook ""werkplaats"", hoewel men toch niet iedere werkplaats als ""atelier"" kan betitelen. (TTP 16-04-1966); Atteljee; Anoniem – 1959 – ; Buur Jaonus ha okkal zo dikkels gezee; ""'k Zallet is vur oe probeere op den atteljeej""; (...) ; 's-Maondags smerrigis stapte Nillus mee hart en ziel; Naor den atteljee, mee kruik en unne nuuwe blauwe kiel .(Nieuwe Tilburgse Courant - donderdag 19 november 1959; Uit Tilburgs folklore - 'n Kaoi rikkemedaosie); - Die rotmoffen waren de werkplaots van de Nederlandse Spoorwegen aon et opblaozen, den ateljéé hiete dè bij ons. (Lodewijk van den Bredevoort – ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006); Bijnamenboek Karel de Beer: den atteljeej - Centrale Werkplaats van de NS (blz.109); WBD III.3.1:213 'atelier', 'werkwinkel, werkplaats' = atelier = Fr. atelier = werkplaats; A.P. de Bont, Dialect v. Kempenland (1958): zelfstandig naamwoord m. atelier: Hij werkt in Tilburg op den atelier (v.d. N.S.); Leo Goemans - Leuvens taaleigen (1936) – ATELIER - ateljé, zelfstandig naamwoord m.- werkhuis: op nen ateljé werken: Met 'den ateljé' bedoelt men te Leuven de werkhuizen van ""Dyle et Bacalan""."
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal