elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bloedworst

bloedworst , bloedworst , Zoo noemt men hier een goeden, eenvoudigen dikken sukkel.
Bron: Bisschop, W. (1862), ‘Het Dordsche taaleigen. Bijdrage tot de kennis der Hollandsche dialekten’, in: De Taalgids 4, 27-48.
bloedworst , bloudworst , fig. voor: sul, sukkel, te goedaardig mensch, woordspeling met: bloed (bloud) = onnoozele hals; ’t is ’n bloudworst van ’n vent = men ken hōm mit ’n metworst de hals oetsnieden. (Vgl. worst.) Ook liefkoozingswoord: mien bloudworst, nevens: mien bloud, zooveel als eigenlijk: mijn hulpbehoevend schepseltje.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
bloedworst , bloeiwôrst , m , bloedworst.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
bloedworst , bloutwoosj , vrouwelijk , bloutweusj , bloutweusjke , bloedworst.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
bloedworst , bloodwôrs , mengsel ván blood, petattemael, vleisreste en gekruje. Dit wuërt gekokt en inne kroonkeldaerm gedoan.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1989), È maes inne taes. Plat Hôrster, Horst.
bloedworst , bloewoorst , soort worst.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
bloedworst , bloedworst , de , bloedworst Bloedworst, emaakt van bloed en roggemaal en daorin stukkies russel of plokvet (Hav)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
bloedworst , bloedwost , zelfstandig naamwoord , de; bloedworst
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
bloedworst , bloedwöst , bloedworst.
Bron: Luysterburg, J. e.a. (2007), Dialecten in het Zuidkwartier. Hoogerheide, Ossendrecht, Putte, Woensdrecht, Heemkundekring Het Zuidkwartier.
bloedworst , bloodwoos , bloodwoost , (vrouwelijk) , bloedworst , Bloodwoos(t) mèt appelesjuve.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
bloedworst , bloodworst , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , bloodworste , bloodwörs(t)je , (Weerts (stadweerts)) bloedworst
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
bloedworst , blaodwors , bloedworst
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal