elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: blootskops

blootskops , blootskop , blootshoofds.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
blootskops , bloetskop , bijvoeglijk naamwoord , blootshoofds , VB: Es te bloetskop noé boéte gèis, heuls te dich 'n kaw op de liéf.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
blootskops , blótskop , bijvoeglijk naamwoord , blootshoofds (Land van Cuijk; Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
blootskops , blotskòp , bijvoeglijk naamwoord , blootshoofds, zonder hoofdbedekking; A.P. de Bont, Dialect v. Kempenland (1958): – blootshoofds; J. Cornelissen & J.B. Vervliet, Idioticon van het Antwerpsch dialect (1899): BLOOTSKOP bijwoord - blootshoofds
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal