elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: boender

boender , boender , m , schrobber.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
boender , boender , zelfstandig naamwoord de , Ook: ongeschilde, schoongeboende aardappel die zo gekookt werd.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
boender , boender , mannelijk , boendesj , boenderke , boender, borstel.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
boender , booender , onzijdig , booendesj , boender.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
boender , boender , boenderd , boenders , Ook boenderd (Kop van Drenthe, Midden-Drenthe in bet. 2.). Var. als bij boenen = 1. boender Toen heur wasmesien stukken was, mos ze zuk behelpen mit de bounder (Vtm), De bösselbinder muuk ok boenders (Bor), Honderd pond en een boender spottende gewichtsaanduiding (Nam) 2. van personen (Kop van Drenthe, Midden-Drenthe) Dat is een bounderd van een jong, dei steit naargens veur (Vri), Wat een bounder van een jong is dat ondeugend persoon (Eel), Wat een boonderd ruige kerel (Rol)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
boender , [schrobber] , buunder , boender, schrobber, gemaakt van heide, om b.v. klompen, melkbussen of pannen mee schoon te schuren
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
boender , bôênder , (Gunninks woordenlijst van 1908) boender
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
boender , buunder , buuinder, beunder, buinder-, buunder- , zelfstandig naamwoord , de 1. boender, nl. werktuig om mee te boenen, met gebruikmaking van water 2. borstelgras, hetz. als buundergrös, kleine buunder, dan vaak ook schapegras; meestal als algemenere benaming gebruikt voor harde grassoorten 3. (mv.) aanduiding voor bep. terrein met het gras bedoeld onder bet. 2
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
boender , buunder , boender, borstel, schrobber
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
boender , buunder , zelfstandig naamwoord , borstel (Helmond en Peelland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal