elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: boerenmens

boerenmens , [persoon uit de boerenstand] , boerenmensk , iemand die tot den boerenstand behoort, ter onderscheiding van heer en burger; ook Gron.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
boerenmens , boerenmensen , zie boermensen * en vergelijk arbaidersmensen , evenals het Nederlandsch: burgermenschen.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
boerenmens , boereminsj , mannelijk , boer.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
boerenmens , boerenmèensch , het , boerenvrouw Het was een goed boerenmèensch (Wee)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal