elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bokkig

bokkig , bókkich , bokkig, stuurs.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
bokkig , bokkig , bokkerig , Ook bokkerig (Zuidoost-Drents zandgebied) = bokkig, humeurig, knorrig Hie döt vaak zo bokkig tegenover de kinder (Anl), Hie hef een bokkerige natuur (Wijs), Dat peerd is zo bokkig, hij wil niet opzied (Klv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
bokkig , boksig , bijvoeglijk naamwoord , (Midden-Drenthe, Zuidoost-Drents zandgebied) = tochtig De sik is boksig (Wes), zie ook boks III
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
bokkig , bokkig , bokkerig , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , 1. humeurig, stuurs en lomp, bokkig 2. koppig
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
bokkig , bokkeg , uitdrukking , Hij stao bokkeg voor de kar Hij is weerbarstig
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
bokkig , [bronstig] , bôkkig , bronstigheid
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
bokkig , bokkeg , bijvoeglijk naamwoord , WBD tochtig, gezegd van een geit; A.P. de Bont, Dialect v. Kempenland (1958): bókkig bnw 1) tochtig, ritsig, van geiten gezegd; 2) v. personen: zich gedragende als een bok, nl. norsig, koppig .J. Cornelissen & J.B. Vervliet, Idioticon van het Antwerpsch dialect (1899): BOKKIG - tochtig, sprekende van geiten; pruilend, die moeft, kopt, het hoofd omdraait om u niet te moeten groeten, enz.
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal