elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bokstaan

bokstaan , bōkjestoan , bōktjestoan , in de eig. beteekenis: iemand op zijne schouders helpen om hooger te kunnen reiken of hooger te klimmen, bv. in een’ boom te klimmen, zooveel als: te bok staan, tot bok dienen. De sterkste jongen gaat alsdan met den rug tegen den boom leunen, vouwt de handen zoo stijf mogelijk samen en houdt ze eerst zoo laag dat zijn makker er in kan stappen en als eerste trede gebruiken om zich dan op de schouders en zoo verder omhoog te werken; fig. in de zegswijs: ’k stoa die bōkje = ik wil u bijstaan, het gevaar met u deelen, wij zullen ʼt gezamentlijk ondernemen. Oostfriesch bukstân = krom gaan staan opdat een ander op de schouders kan klimmen.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
bokstaan , bóksjtaon , sjtóng bók, haet of is bók gesjtange , bok staan bij haasje-over; iemand een zetje geven of via samengevouwde handen en schouders gelegenheid geven een hoog voorwerp te bereiken.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
bokstaan , bokstaon , bokkiestaon , Ook bokkiestaon, ook met twee woorden = 1. spel, als bok fungeren in het spel Bok, bok, hoeveul horens waarbij de ene deelnemer op de ander springt en vraagt naar het aantal opgestoken vingers In het speulkwartier op schoel speulden wij altied bokstaon (Pdh), Wie van oos zal bokkiestaon (Wtv) 2. met gevouwen handen een opstap maken Gao even bok staon, dan klum ik wel ien die boom (Ruw) *De moezen gaot mekaar bokkien staon en vreet het katoen oet de lamp gezegd, als het ergens armoedig is (Ndo)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
bokstaan , bokstaon , werkwoord , 1. als ‘bok’ voorover staan bij het desbetreffende kinderspel 2. met z’n rug tegen een boom, een wand enz. (gaan) staan met gevouwen handen, zodat degene die gaat klimmen er een flinke opstap aan heeft en evt. nog op de schouders van dezelfde persoon kan gaan staan 3. in gebogen stand staan van een kind bij haasje-over
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
bokstaan , [gebogen staan] , bókstaon , gebogen staan bij haasje-over, of als opstap om aan iets hogers te kunnen komen , Es d’n eine bók stóng, kós d’n angere ane appele.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
bokstaan , bókstaon , werkwoord , bok staan bij haasje over
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal