elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: broei

broei , broei , (zelfstandig naamwoord mannelijk) , Het broeien van hooi.|| Het hooi raakt an de broei. – Zegsw. In de broei zitten, in de brand, in verlegenheid zitten.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
broei , broei , zelfstandig naamwoord de , in de zegswijze an de broei rake, in broei raken, gaan broeien. | ’t Hooi was an de broei raakt. – Ik hew de broei niet in m’n boekie, 1. het geld groeit me niet op de rug. 2. ik besteed mijn geld niet aan nutteloze zaken.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
broei , brui , mannelijk, vrouwelijk , bruie , vleesnat van afgekookt vlees. Dat ister van de tweede brui: koffie van het tweede zetsel; slap spul.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
broei , bruui , bruj, brui, bruj-, brui-, bruui- , zelfstandig naamwoord , de; broei, het broeien (meestal: hooibroei)
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
broei , breuj , zelfstandig naamwoord mannelijk , - , - , broei , VB: Bôljoûng en breuj ês 't zelfde.; vleesnat breuj Zw: De sop ês de breuj neet wërd: het sop is de kool niet waard
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
broei , breuj , (mannelijk) , 1. broedsel 2. broei 3. vleesbouillon
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
broei , bruuj , vleesnat dat in de balkenbrij (kerbt) wordt verwerkt (Duits: Brühe)
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
broei , bräöj , bouillon
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal