elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: brons

brons  , brôns , brons.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
brons , bróns , onzijdig , brons; bronsverf.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
brons , brons , het , brons Dat is gien koper, het is brons (Emm)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
brons , brons , brons
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
brons , broons , zelfstandig naamwoord , et 1. brons, bekende metaallegering 2. bronspoeder 3. bronskleur 4. bronzen medaille voor de derde prijs
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
brons , broons , zelfstandig naamwoord , brons , broons (soortnaam en stofnaam) VB: 't Beeld van de Grinnedeer oonder ién 't duerp ês van broons gemak.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
brons , bróns , (onzijdig) , brons, bronsverf
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal