elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: broodkruimel

broodkruimel , broodkruimels , (meervoud) , gekruimeld brood, de voedzame deelen van het brood. Het paard is zoo dartel en druk, ik geloof dat het de broodkruimels steken. Zoo zegt men ook van iemand, die wat wulpsch en weelderig is: de broodkruimels steken hem.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
broodkruimel , broôdkrummels , zelfstandig naamwoord meervoud , Broodkruimels. Zegswijze de broôdkrummels beginne te steken, 1. Gezegd als iemand kwaad wordt om een kleinigheid. 2. Gezegd als iemand aanmatigend is of zich voor zijn eenvoudige afkomst schaamt.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
broodkruimel , brootgreumel , mannelijk , brootgreumele , brootgreumelke , broodkruimel.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
broodkruimel , broodkruimel , zelfstandig naamwoord , in de uitdrukking de broodkruimels steken hem : 1. gezegd van iemand, die ’t te weelderig heeft en daardoor dartel wordt; ook gezegd van iemand in jeugdige leeftijd die zich dartel gedraagt (KRS: Wijk, Lang, Werk, Hout, Scha; LPW: IJss, Mont, Bens, Lop) Zie ook *reep . Ook in de Vechtstreek (Van Veen 1989, p. 44 en in Gouda (lafeber1967, p. 77). Synoniem: *bezije z’n broek lope. 2. gezegd van iemand die gouw op z’n teentjes getrapt is (KRS: Bunn). Zie ook *kritserig.
Bron: Scholtmeijer, H. (1993), Zuidutrechts Woordenboek – Dialecten en volksleven in Kromme-Rijnstreek en Lopikerwaard, Utrecht
broodkruimel , broodkrummels , broodkruimels; * de broodkrummels stekt oe: je bent overmoedig.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
broodkruimel , broodkrummel , de , broodkruim, vooral in De broodkrummels steekt hum (Wei), ... jokt hum hij is weelderig, (van een paard) steegs (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
broodkruimel , broodkrummel , broodkrumme , zelfstandig naamwoord , de; kruimel brood
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
broodkruimel , [plant] , broodkrummel , veldbies (O.-Veluwe).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
broodkruimel , [broodkruimel] , broeadgruuemel , (mannelijk) , broodkruimel
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
broodkruimel , brôodkrèùmel , zelfstandig naamwoord , broodkruimel; Van Beek - De broodkruimels steken hem. - Hij doet zeer dartel, wordt overmoedig en let niet voldoende op de kleintjes. (Nwe. Tilb. Courant; Onze folklore afl. 4; 19 maart 1959)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal