elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: couplet

couplet , komplet , zelfstandig naamwoord ’t , Variant van couplet.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
couplet , kómplët , onzijdig , kómplëtte , kómplëtje , (Frans) couplet.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
couplet , koeplet , zelfstandig naamwoord , et; couplet
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
couplet , keplêt , zelfstandig naamwoord onzijdig , keplêtte , keplêtsje , couplet , VB: Kêns te alle keplêtte van 't sjötteleed?
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
couplet , komplèt , zelfstandig naamwoord , couplet (Eindhoven en Kempenland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal