elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: dagschicht

dagschicht , daachsjich , mannelijk , middichsjich en nachsjich , dag- middag- en nachtdienst.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
dagschicht , [dagdienst] , daagsjich , daagsjicht , (vrouwelijk) , dagdienst. In de mijnbouw kende men een vroege dienst vanaf 6.00 uur in de ochtend, de daagsjich(t), de middigsjich(t) begon om 14.00 uur en de nachsjich(t) om 22.00 uur. De gewone dienst begon om 7.30 uur, later 8.00 uur, en heette de vlaggesjich(t)
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal