elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: dame

dame , dame , (zelfstandig naamwoord vrouwelijk) , Zie de wdbb. – Haagse dames, zekere plant; een soort van doorn (distel). Lat. Cirsium palustre. Dezelfde plant heet in Friesl., Gron. en Drenthe kale jonker (VAN HALL, Landh. Flora 117).
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
dame , dam , mannelijk, vrouwelijk , damme , demke , dame in kaartspel.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
dame , daam , mannelijk , dame.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
dame , dame , daome, daeme , dames , (Zuidoost-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, zuid, Midden-Drenthe). Ook daome (Noord-Drenthe), daeme (Zuidwest-Drenthe, noord) = dame Die vrouw van de dokter, dat is een echte dame (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
dame , dam , zelfstandig naamwoord vrouwelijk , damme , demke , vrouw , (vrouw kaartspel) dam
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
dame , daome , dame
Bron: Melis, A. van (2011) Bikse Praot. Prinsenbeeks Dialectwoordenboek. Prinsenbeek: Heemkundekring ‘Op de Beek’
dame , dam , vrouw (in kaartspel)
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal