elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: dansmeester

dansmeester , dansmeester , (zelfstandig naamwoord mannelijk) , Zie de wdbb. – Ook als schertsende benaming voor een magere koe. – Te Leiden wordt een nuchter kalf aldus genoemd (Sch. t. W. 1, 249).
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
dansmeester , dansmeister , mannelijk , dansmeistesj , dansmeisterke , dansleraar; leider bij polonaise, volksdans et cetera.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal