elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: dashond

dashond , dashónjt , mannelijk , dashunj, of dashón , dashond; voor de dassejacht afgerichte hond (meestal teckel).
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal