elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: dazelaar

dazelaar , daazelaer , mannelijk , daazelaesj , daazelaerke , iemand met onvaste gang; een kind dat begint te lopen.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
dazelaar , [iemand die waggelend loopt] , dazelieƫr , (mannelijk) , 1. iemand die waggelend loopt 2. iemand die onzin verkoopt
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal