elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: denkelijk

denkelijk , denk* , voor “denk ik” of “denkelijk.”
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
denkelijk , denkeleks , bijwoord , Naar ik denk, waarschijnlijk. | Hai komt denkeleks de âre week.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
denkelijk , dénkelik , vermoedelijk.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
denkelijk , daenkelik , bijvoeglijk naamwoord , denkelijk: vermoedelijk
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
denkelijk , deenkelik , bijwoord , vermoedelijk , deenkelik VB: Ich kaom deenkelik e zoondig 'ns aon
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
denkelijk , [waarschijnlijk] , denkelijk , (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord) , waarschijnlijk.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
denkelijk , [vermoedelijk] , dinkelik , denkelijk, vermoedelijk
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
denkelijk , dinkelik , vermoedelijk
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal