elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: elzenhout

elzenhout , aelzenhout , onzijdig , elzehout. Aelzenhout en root haor wis selje op goue grónjt: elzehout groeit zelden op goede grond en iemand met rood haar heeft vaak ook geen goede naam.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
elzenhout , elzenholt , het , elzenhout Vrogger hadden ze klompen van elzenholt (Geb) *Rood haor en elzenholt wordt niet op goeie grond verbouwd (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
elzenhout , elzenòlt , elsòlt , (Kampen, Kampereiland) elzenhout. Ook: elsòlt (Kamperveen)
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
elzenhout , elzehoolt , elzenhoolt , zelfstandig naamwoord , et; elzenhout
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal