elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: examen

examen , eksoamen , examen; ’t is deur ’t eksoamen hen = ’t is te erg, ’t gaat alle palen te buiten, bv. van een persoon die veel zwiert, veel geld verkwist, enz., en synoniem met: deur alles hen = heel buitengewoon.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
examen , eksaame , onzijdig , eksaames , examen.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
examen , èkzaome , examen , T’is wir èkzaometiid, és'ser meej klaor zén dan gee'get fist begiene. Het is weer examentijd, als ze er mee klaar zijn dan gaat het feest beginnen.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
examen , ekzäome , zelfstandig naamwoord onzijdig , ekzäomes , - , examen , VB: Es 'r noé dat ekzäome mer heult daan kênt 'r laansem aon troûwe goën deenke.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
examen , èksaome , zelfstandig naamwoord , examen; Cees Robben - ’t eksaome van ’t verkeer/ wier dan ôôk mee glaans genomen... (19540717)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal