elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: fakkel

fakkel , fakkel , vrouwelijk , fakkele , fėkkelke , fakkel.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
fakkel , fakkel , de , fakkels , toorts, fakkel Het braandde as een fakkel het brandde enorm (Schl), zie ook giego
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal