elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: flateren

flateren , flaatere , flattere , flaaterde, haet geflaatert/flatterde, haet geflattert , knoeien.; flattere
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
flateren , flatern , flaetern , (Zuidwest-Drenthe, zuid, Zuidoost-Drents zandgebied). Ook flaetern (Zuidwest-Drenthe, noord) = snateren, kletsen Zij flatert der maar van alles uut (Hol)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal