elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: flatsen

flatsen , flatse , vallen D’r nér flatse Slap neervallen; zakken flatse voor een examen; flater slaan; ondiep ploegen; onverschillig lopen. [Wes]
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
flatsen , flatsje , flatsjde, haet of is geflatsj , missen; zakken voor een examen, zie ook bij: beugelen.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
flatsen , flatsen , zwak werkwoord, onovergankelijk , (Zuidoost-Drents veengebied) = stromend neervallen Het flatst uut de lucht (Klv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
flatsen , flaatse , werkwoord , flaatsjtj, flaatsjdje, geflaatsjdj , slaan zie ook battere, begaffele, boense, dessele, flaere, fómpe, klaatse, klöppele, slaôn, stoeke, titse, toeke, toepe, vaege, vieme, wappe, watsje
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
flatsen , flatse , werkwoord , flatsjtj, flatsjdje, geflatsjdj , 1. zakken voor een examen 2. los zitten van te grote schoenen: die sjoon flatse mich bie het laupe – die schoenen vallen me bijna uit bij het lopen (Duits: flutschen)
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
flatsen , flatse , werkwoord , flatsj, flatszje, geflatsj , draai om de oren geven, kreupel gaan , lopen, lawaaierig, raken van ring (beugelen), zakken voor examen
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
flatsen , flatse , flatsde – geflats , ploegen (ondiep); zakken (voor examen)
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal