elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: functie

functie , fōnksie , (functie); da’s weer in zien fōnksie = dat voorwerp is hersteld en doet weer dienst; wie hebben alles weer in fōnksie = op orde, bv. na de schoonmaak.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
functie , fónkse , vrouwelijk , fónkses , functie.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
functie , feunksie , zelfstandig naamwoord vrouwelijk , feunksies , - , functie , VB: 'r Dèit de twie feunksies van sikkertäores en penningmèister säome.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal