elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: gaanstok

gaanstok , gaanstok , voor wandelstok. Men zegt echter bijna altijd slechts stok.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
gaanstok , gaonsjtėk , mannelijk , gaonsjtėkke , gaonsjtėkske , wandelstok.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal