elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: galblaas

galblaas , galblaos , vrouwelijk , galblaoze , galbläöske , galblaas.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
galblaas , galbloaze , galblaas.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
galblaas , galblaos , de , galblaas Hij is naor het zeikenhoes veur een underzuik an de galblaoze (Bco)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
galblaas , galblaoze , galblaas
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
galblaas , [blaas waarin niet benodigde gal verzameld wordt] , galblaoze , (zelfstandig naamwoord) , galblaas.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
galblaas , [galblaas] , galblaos , (vrouwelijk) , galblaas
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal