elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: gans en gaar

gans en gaar , gâns en gaor , helemaal, totaal gâns en gaor nie! helemaal niet.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
gans en gaar , gaar en gans neit , helemaal niet. Gaar niks: volstrekt niets. Baeter ẹs gaar niks: beter een half ei dan een lege dop. Gaaroet neit: volstrekt niet. Gaaroet geine: niemand.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
gans en gaar , gââns en gaol , helemaal, geheel, totaal. in de uitdrukking: “ut ies me gââns en gaol gelèèk, hoe ge da gaot doen”, “het is mij om het even, hoe je dat gaat doen”.
Bron: Luysterburg, J. e.a. (2007), Dialecten in het Zuidkwartier. Hoogerheide, Ossendrecht, Putte, Woensdrecht, Heemkundekring Het Zuidkwartier.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal