elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: gasfornuis

gasfornuis , gaasfernuus , onzijdig , gaasfernuuzer , gaasfernuuske , gasfornuis.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
gasfornuis , gasfenuus , gasfornuis.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
gasfornuis , gasfornuus , het , gasfornuis Ik kook op een gasfornuus (Eco)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
gasfornuis , gasfenuus , gasfornuis
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
gasfornuis , [fornuis met gaspitten] , gasfenuus , (zelfstandig naamwoord) , gasfornuis.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
gasfornuis , [gasfornuis] , gaasfernuus , (onzijdig) , gasfornuis
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal