elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: gedachtenis

gedachtenis , gedechnisse , (vrouwelijk) , gedachtenis.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
gedachtenis , gedėchtenis , mannelijk , gedachtenis.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
gedachtenis , gedanke , mannelijk , gedachte; iets, klein beetje. Ich wol dien gedanke éns kénne: ik wou wel eens weten, wat je dacht. Dooch ouch noch de gedanke paeper derbie: doe er ook nog een snuifje peper bij. ’t Jėske is mich de gedanke te wiet: het jasje is iets
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
gedachtenis , gedachtenisse , aandenken.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
gedachtenis , gedachtenis , gedaachtenis , gedachtenissen , Ook gedaachtenis (Zuidwest-Drenthe, noord) = 1. herinnering Wij zullen hum altied in gedachtenis holden (Mep), Ik heb je nog wel in gedachtenis (Gas), An buurvrouw hebben wij een mooie gedachtenis (Nor), Hie hef aaid de leste woorden van zien aolde schooulmeester nog in zien gedachtenis (Eex) 2. herinnering Dei piepe is nog een gedachtenis an mien opa (Bov), Dat is nog ’n gedachtenis an de oorlog (Klv), ...an oes 25-jaorig huwelijk (Zwe), zie ook andenken
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
gedachtenis , gedachtenisse , gedächtenisse , souvenir, herinnering. Ook: Gunninks woordenlijst van 1908: gedächtenisse, andenken
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
gedachtenis , gedaachtenis , gedachtenis , zelfstandig naamwoord , de; 1. nagedachtenis 2. blijvend aandenken
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
gedachtenis , gedéchtenis , zelfstandig naamwoord vrouwelijk , - , - , gedachtenis , VB: Ter gedéchtenis aon me ma zaoliger laot v'r eker jaor 'n mês doén.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
gedachtenis , gedachtenisse , (zelfstandig naamwoord) , 1. gedachtenis, herinnering; 2. aandenken.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal