elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: gedienstig

gedienstig  , gedeenstig , gedienstig.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
gedienstig , gedeinstich , gedeinstigger, gedeinstichste , gedienstig.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
gedienstig , gedienstig , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , Var. als bij dienst = gedienstig, hulpvaardig Gao doe is even overende en wees ook is even gedainstig (Vtm), Die wil ok even gedienstig wezen en dan brek heur alles kepot (Klv), Zij was zo gedeinstig, dat ze der noe mit zit ze is zwanger, omdat ze zo ‘bereidwillig’ was (Bco), Aj al te gedienstig binnen, dan bi’j op de duur niet veule meer in de rèken (Mep), Dei man is zo gedainstig as een schoubössel (Eco)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
gedienstig , gedîênstig , (Gunninks woordenlijst van 1908) gedienstig
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
gedienstig , gedeenstig , bijvoeglijk naamwoord , dienstwillig , VB: Dat ês e gedeenstig mèitske, altiéd sjtèit 't vuur dich vêrdig.; gedienstig gedeenstig VB: Dè joûng ês zoe gedeenstig, de hôfs mer te himme en 'r sjtèit al vêrdig vuur dich.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
gedienstig , gedeenstig , gedeenstiger, gedeenstigst , gedienstig
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
gedienstig , gedeenstig , bijvoeglijk naamwoord , gedeenstige , gedienstig
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
gedienstig , gedeenstig , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , dienstbaar, dienstwillig
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal