elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: geelselen

geelselen , geêlsele , werkwoord , Geel verven. | Wai deeë altoid ’t streitje geêlsele.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
geelselen , gaelsele , gaelselde, haet of is gegaelselt , behandelen met witkalk, vermengd met oker.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
geelselen , [muur verven met kalk] , gaelsele , gaelseltj, gaelseldje, gegaelseldj , een muur verven met kalk, vermengd met oker
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal