elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: geitensik

geitensik , geitesik , mannelijk , geitesikke , geitesikske , geitesik; puntbaardje.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
geitensik , geitestikke , de , geitesikken , (Zuidwest-Drenthe) = ijzeren pen met een ring die in de grond kwam, om de geit aan vast te zetten
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
geitensik , gèètesik , zelfstandig naamwoord , WBD III.4.5:400 gèètesik - moerasspirea (Filipendula ulmaria), ook spirea genoemd
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal