elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: gendarme

gendarme , sjandarm , Rooie sjandarm of rooie tükkert – scheldnaam voor iemand met rood haar.
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
gendarme , sjandarm , Rooie sjandarm of rooie tükkert – scheldnaam voor iemand met rood haar.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
gendarme  , sjanderm , marechaussee. De sjanderme kome droet, een beetje bloed bij eene kleine verwonding.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
gendarme , sjenderm , mannelijk , sjenderme , gendarm; bazige vrouw.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
gendarme , gendarme , pliesie.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1989), È maes inne taes. Plat Hôrster, Horst.
gendarme , sjandarm , schandarm, schandaarm , de , sjandarms, sjandarmes , (Zuid-Drenthe, Midden-Drenthe, Kop van Drenthe). Ook schandarm (Zuidwest-Drents veengebied, Veenkoloniën, Zuidwest-Drenthe, zuid), schandaarm (Kop van Drenthe) = 1. gendarme In de mobelesatie was hij bij de sjandarmes (Hgv), De schandarm heuw der duftig op lös (Ros) 2. echtgenote (Zuidwest-Drents veengebied) Ik wil wal kommen, as de schandarm het hebben wil (Bco)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
gendarme , zjandarme , zelfstandig naamwoord , de; gendarme
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
gendarme , derm , derrem, darm , zelfstandig naamwoord , derme, derreme, darme , dermpie, derrempie, darmpie , [O] ongunstig persoon (verkorting van genderrem, van het Franse gendarme) ’t Is een derm van een vent Het is een ongunstige figuur Ook derrem [O] ongunstig persoon; darm [O] draak, onuitstaanbaar persoon Een darm van een vent Een draak van een vent Minnen darm Minne kerel (herkomst volgens Opprel: gendarme) Ook dwalm
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
gendarme , zjenderrem , zelfstandig naamwoord , zjenderremes , zjenderrempie , [O, Fr, gens d’armes] gendarme (scheldnaam voor de politie) Een gemêêne of minne zjenderrem Een gemeen of verachtelijk persoon Zie ook derm, derrem
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
gendarme , zjenderm , zelfstandig naamwoord mannelijk , zjenderme , - , gendarme , VB: Vreuger sjtoûnge aon 't Withoés aon de grens altiéd zjenderme te kontrelere.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
gendarme , sjelderm , sjenderm , (mannelijk) , sjelderme, sjenderme , sjeldermke, sjendermke , 1. gendarme 2. bazige vrouw, manwijf, zie ook sjenderm
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
gendarme , sjelderm , zelfstandig naamwoord , sjelderme , sjeldermke , politie, marechaussee (Frans: gendarme, oorspronkelijke betekenis: gens d’armes (mv) – wapenlieden)
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
gendarme , zjendêrm , zelfstandig naamwoord, mannelijk , zjendêrme , gendarme
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal