elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: geslacht

geslacht , geslachte , (onzijdig) , geslacht.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
geslacht , geslachte , zelfstandig naamwoord, onzijdig , 1 kunne, 2 geslacht, 3 stam
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
geslacht , geslacht , TL 252: ’t Olle geslacht = de Joden. Ik heb het nooit gehoord.
Bron: Meijer, J. (1984). Tolk van ’t Olle Volk – Joods Supplement op het Nieuw Groninger Woordenboek van K. ter Laan. Heemstede
geslacht , gesjlach , onzijdig , gesjlachter , geslacht.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
geslacht , geslacht , het , 1. het slachten Dat was mie een geslacht vandage (Klv) 2. slachterij Ik heb het geslacht weer an kaant (Gie), Wij waren al vlot deur het geslacht hen (Bro), Het geslacht hangt in de wiemel (Wee), Geef mij mor een goed stuk geslacht in de teller (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
geslacht , geslacht , het , geslachten , 1. geslacht, familie Dat geslacht is no hielemaol oetstörven (Pdh), Hij is van een old geslacht (Dwi), Hij komp uut een taoi geslacht (Eri) 2. generatie Dat is van een geslacht eerder (Klv), Dat was eine oet het daarde geslacht (Ros) 3. kunne Die was van het manlijk geslacht (Nor), ...van het zwakke geslacht een vrouw (Eco)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
geslacht , geslacht , het geslachte (varken).
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
geslacht , geslächt , zelfstandig naamwoord , (Gunninks woordenlijst van 1908) (het) geslachte
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
geslacht , geslachte , (Gunninks woordenlijst van 1908) geslacht, familie
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
geslacht , geslacht , geslaacht , zelfstandig naamwoord , et; het geslachte vee, hetgeen door slachten aan voedsel is verkregen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
geslacht , geslacht , geslaacht , zelfstandig naamwoord , et; geslacht
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
geslacht , gesjlach zién , doodmoe , (doodmoe zijn) gesjlach zién
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal