elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: hameren

hameren , haamere , haamerde, haet of is gehaamert , hameren; bewerkingswijze van metaal.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
hameren , hamern , zwak werkwoord, onovergankelijk , Var. als bij hamer = hameren Kinder mugt altied zo gèern hamern, maor aj ze heur gang laot gaon, hej altied de spullen kepot of verleuren (Hijk), Jan haemert er goed op lös (Die), Hij wil het bie de kinder der in hamern (Bco), Hie zit er mor achteran te hamern dat het klaor komp te jagen (Sle), Ik heb er toch zo op zeten te hamern, mar het is niet klaorkommen (Sti)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal