elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: hangertje

hangertje , hangertje , wordt van personen gezegd die in moeilijke geldelijke omstandigheden verkeeren: zij kennen ’t hollen moar ’t is ’n hangertje, zooveel als bv.: zij kunnen eigenaars van de boerderij blijven, zij behoeven die nog niet te verkoopen, maar dit valt hun zeer bezwaarlijk.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
hangertje , hèngerke , onzijdig , hèngerkes , hangplant.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
hangertje , [hangplant ] , hengerke , (onzijdig) , hengerkes , 1. hangplant 2. hangertje, halssieraad
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal