elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: huiszegen

huiszegen , huiszegen , (den) = Afbeelding van O.L. Heer aan ’t kruis met gebeden. Is meer in België gebruikelijk.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
huiszegen , hoeszaenge , mannelijk , hoeszaenges , huiszegen. Den hoeszaenge hink sjeif: er hangt een gespannen sfeer of geprikkelde stemming. Als de mensen in vroeger tijden ter bedevaart gingen naar Kevelaar of Scherpenheuvel brachten ze onder andere een “vrome huiszegen” mee. Deze werd echter oo
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
huiszegen , hoeszegen , de , huiszegen, wandtekst De huuszegen det was een spreuke achter glas. De stof was van stremien of laken (kv), Door hangt de hoeszegen ok scheif er is onenigheid (Bov)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
huiszegen , huuszegen , zelfstandig naamwoord , de; bep. lang, ouderwets gebed waarin men de zegen vraagt voor kinderen, huis, werk, inzake oorlog etc.
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
huiszegen , [huiszegen ] , hoeszaengel , (mannelijk) , 1. huiszegen 2. afbeelding met een stichtelijke tekst als bescherming in huis , Haet pestoear dien noew hoes al de hoeszaengel gegaeve?
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal